Archief

 

Volatiliteit en emotie,
een bedreiging van het rendement

 

150_de_heer_poelmann.jpgBeleggers worden aan veel gevaren blootgesteld. Eén ervan is een verkeerde keuze van aandelen. Andere zijn onder meer: de aankoop op een te hoge koers, het luisteren naar verkeerde adviezen, het missen van een snel in koers stijgende IPO en een economie die zich anders ontwikkelt dan verwacht. Maar het grootste gevaar is denk ik toch wel de volatiliteit op de beurzen. De afgelopen jaren hebben beleggers veel met volatiliteit te maken gekregen. De Dow schoot in 2008 en 2009 frequent met honderden punten tegelijk omhoog en omlaag met als toppunt “the flashcrash” waar de Dow in luttele minuten met 1.000 punten naar beneden ging. Veel beleggers zijn daarbij in paniek geraakt en hebben op de dips verkocht. Sommigen zijn zelfs helemaal uit aandelen gestapt en hebben zich voorgenomen geen aandeel meer te kopen voor ze er absoluut zeker van waren, dat de markt zich weer aan het herstellen was. Het gevolg was dat ze veel van dat herstel gemist hebben, omdat zich dat vaak kort na een periode van hoge volatiliteit voordoet. Als je dan achteraf terugkijkt, was het vaak beter geweest niets te doen. Door met de paniek te verkopen, hebben ze zich meer schade berokkend dan wanneer de aandelen gewoon in portefeuille waren gehouden. Een manier om de gevolgen van volatiliteit een beetje voor te blijven is te beleggen in aandelen die een lange historie hebben van dividendbetaling en het liefst dan nog van die aandelen, die in de afgelopen 10 jaar een constante dividendgroei hebben laten zien. Het zijn die aandelen waar een belegger zich relatief veilig bij kan voelen. Denk daarbij aan McDonald’s en Coca-Cola.

Een wat meer technische benadering, waarbij de “veiligheid” van aandelen kan worden gemeten, is de bèta coëfficiënt. Hierbij wordt de volatiliteit van een aandeel vergeleken met de beurs of een gedeelte van de beurs als geheel. Het berekent de beweging van een aandeel gerelateerd aan de S&P 500 in de afgelopen 12 maanden. Een bèta van 1,0 betekent dat een aandeel in dezelfde mate stijgt of daalt als de beurs dat doet. Als de bèta hoger is dan 1, betekent dit dat het aandeel sneller stijgt of daalt dan de markt. Is de bèta minder dan 1, dan is de volatiliteit van het aandeel geringer dan die van de markt. Als de bèta nul is, betekent dit dat het aandeel een eigen koers volgt, ongeacht het marktgebeuren. En tenslotte, als de bèta negatief is, zal de koers van het aandeel een tegengestelde richting volgen als de markt op dat moment doet. In de praktijk betekent dit dus, dat een aandeel met een bèta van 0,7 zich 30% minder volatiel zal gedragen dan de markt. Met behulp van de bèta’s kunt u dus een portfolio samenstellen die zich minder volatiel ontwikkelt dan de markt dat doet.

Bèta’s worden bepaald aan de hand van de afgelopen 12 maanden en dit gebeurt voortdurend. Het is wat zoekwerk om de bèta’s bij elkaar te zoeken en ook nog bij te houden. Een andere manier om daarom wat defensief te beleggen, is niet direct in aandelen te beleggen, maar in een gespecialiseerde ETF. Zo’n ETF is PowerShares S&P 500 Low Volatility (NASDAQ: SPLV). Het gaat hier om een nog vrij jonge ETF, die in mei vorig jaar is opgestart. Het is een heel succesvolle ETF, die in korte tijd een portfolio van $1,3 miljard heeft opgebouwd. De ETF is opgebouwd uit de 100 minst volatiele aandelen uit de 500 aandelen van de S&P 500 en heeft aandelen als Wal-Mart, Kraft, Pepsi, Consolidated Edison en Proctor & Gamble. De ETF heeft een bèta van 0,7. Daarbij moet u zich wel realiseren, dat de bescherming naar beneden tegelijkertijd een beperking naar boven betekent. Met andere woorden, mochten we in bull-market terechtkomen, dan zal de ETF zich minder positief ontwikkelen dan de markt in zijn geheel.

Tenslotte keert de ETF sinds juli vorig jaar maandelijks dividend uit met een jaarrendement van ongeveer 3,2%.   

 

Hartelijke groet,
Eric Poelmann