Archief

Jaargang 2, nummer 74, 9 oktober 2013

 

Nieuw leven voor een oud transportmiddel

Eric Poelmann
Het lijkt wat vreemd om het digitale tijdperk met bedrijven als Apple, Google en Facebook stil te staan bij een industrie, die in de 19e eeuw de wereld op zijn kop zette. Toen ik op school nog jaartallen uit mijn hoofd moest leren, zat daar ook het gereed komen van de eerste spoorlijn bij in 1839 van Amsterdam naar Haarlem. Welke belegger wil er in de 21e eeuw nog zijn geld steken in zoiets ouderwets als de spoorwegen? Nou, ik kan ze u wel noemen. Bill Gates bijvoorbeeld. Hij heeft inmiddels 50 miljoen aandelen Canadian National Railway (NYSE: CNI) gekocht, een positie die inmiddels $3,8 miljard waard is. En Warren Buffett is nog dieper in de spoorwegen gedoken. Hij heeft naast aandelen Union Pacific (NYSE: UNP) en Norfolk Southern (NYSE: NSC) voor $44 miljard geïnvesteerd in Burlington Northern Santa Fe (BNSF). Voor deze miljardairs gaat het hier om enorme investeringen, voor Buffett zelfs om de grootste investering tot nu toe.

Lucratieve belegging
Deze hedendaagse “spoorwegbaronnen” gaan niet over één nacht ijs. Zij doen niet alleen diepgaand onderzoek naar de bedrijven zelf, maar maken ook uitgebreide marktanalyses, waarbij de kansen van bedrijven in kaart worden gebracht. Voor beide miljardairs leggen de beleggingen in spoorwegen geen windeieren. De koers van Canadian National Railway is de afgelopen vijf jaar gestegen van $35 naar $100 en BNSF brengt inmiddels een kwart van alle winst van Berkshire Hathaway. Is het toeval dat beide beleggers elkaar bij de spoorwegen tegenkomen? Ik denk het niet. Het lijkt erop dat de spoorwegen aan een tweede leven zijn begonnen.

Spoor is het meest efficiënt
Volgens de Wall Street Journal investeren de Amerikaanse spoorwegen dit jaar voor een bedrag van $14 miljard in terminals, rails en meer infrastructuur om aan de stijgende vraag naar railvervoer te kunnen voldoen. En het vervoer over de lange afstanden op het Noord-Amerikaanse continent is per spoor het meest efficiënt. Het is 5 tot 10 maal goedkoper dan vervoer over de weg en 30 keer goedkoper dan vervoer door de lucht. Eén trein van Burlington Northern kan evenveel vervoeren dan 280 vrachtwagens. De spoorwegen kunnen een ton vracht over 500 mijl (800 km) vervoeren voor 1gallon (3,8 liter) brandstof. En hoe meer de prijs van een vat olie stijgt, hoe efficiënter de spoorwegen zijn in vergelijking met vervoer over de weg en door de lucht.

Alternatief voor pijpleidingen
Maar dat verklaart de huidige renaissance van de spoorwegen nog niet helemaal, want de stijging van brandstofprijzen zien we al sinds de jaren 70. Nee, de echte verklaring voor de opleving van de spoorwegen is terug te vinden in de Amerikaanse energie boom. Maar vindt het transport daar niet plaats via pijpleidingen? Zeker wel, maar de capaciteit van het pijpleidingennet is volstrekt ontoereikend om aan de gestegen vraag in Amerika te voldoen. En dat zal voorlopig zo blijven ook. Pijpleidingen aanleggen is niet alleen kostbaar, er zijn vergunningen voor nodig en het kan jaren duren voordat die op tafel liggen. De nieuwe olie- en gasproducenten kunnen daar niet op wachten. Over de winning van olie en schaliegas bijvoorbeeld wordt in Amerika veel minder moeilijk gedaan. Alleen al in Wyoming worden nu al 800.000 barrels per dag gewonnen, 5,6 miljoen barrels per week, en dat moet allemaal naar een eindbestemming. In het Eagle Ford Shale gebied in Zuid Texas is het aantal vergunningen om te boren opgelopen van 26 in 2008 naar 4.143 in 2012 en ligt de productie momenteel op 350.000 barrels per dag. En dit zijn maar twee van de winningsgebieden.

Enorme groei
Over een jaar of 5 gaat Amerika in productie Saoudi Arabië overtreffen als de top producent van olie in de wereld. Een voordeel van het vervoer per spoor is dat de eindbestemming kan worden aangepast aan waar de prijs op dat moment het hoogst is en er dus het meest verdiend wordt. Vervoer per spoor is dus flexibeler dan per pijpleiding. Wat voor vlucht het vervoer per spoor genomen heeft, zien we aan de statistieken. In 2007 werden nog 5.912 wagons met olie over het Amerikaanse spoor vervoerd. In 2011 waren dat er al 65.751 en in 2012 verviervoudigde dat aantal bijna naar 233.819. In het eerste kwartaal van 2013 werden er 97.135 barrels per spoor vervoerd. De stijging is dus nog lang niet ten einde. Het blijft overigens niet bij het vervoer van olie en gas. Zo stijgt het vervoer van industrieel zand naar de bronnen en van allerlei eindproducten van chemische bedrijven zoals Monsanto en Dow Chemical. De hele olie industrie met zijn grondstoffen aanvoer, olie afvoer en vervoer van eindproducten heeft een enorme stijging van de vraag naar vervoerscapaciteit tot gevolg. Er zit ook een minpuntje aan de productiestijging van olie en gas. Dat is de afname van de vraag naar kolen, waar de spoorwegen altijd het vervoer voor hebben geregeld. Maar per saldo blijft er een enorme groei over.

Norfolk Southern Corporation
Van alle spoorwegbedrijven in Noord-Amerika heeft Norfolk Southern met 14,3 de aantrekkelijkste koers/winst verhouding en met 2,7% ook het hoogste dividendrendement bij een pay-out ratio van 38,4%. De onderneming betaalt sinds 1982 onafgebroken dividend dat regelmatig wordt verhoogd. Als de groei van het dividend de komende 10 jaar in hetzelfde tempo doorgaat als de afgelopen 10 jaar, dat zit u over 10 jaar op een rendement op kostprijs van 17,4%. Een mooi perspectief!

 Share this page

Hartelijke groet,

Eric Poelmann