Archief

Jaargang 2, nummer 82, 13 november 2013

 

Actiever omgaan met uw nuts aandelen

Eric Poelmann 
Nutsbedrijven zorgen in het algemeen voor een voorspelbaar en vast inkomen. Daarom zijn ze zo geliefd bij vooral oudere beleggers. Onder nutsbedrijven versta ik de leveranciers van water, elektriciteit en gas. Zij maken een bijna gegarandeerde winst en in Amerika hebben afnemers geen keus. Ze moeten zaken doen met de leverancier die “voor de deur staat”. Voor de consument is het ontbreken van een keuze geen voordeel, maar daar staat tegenover dat de Amerikaanse nutsbedrijven met hun tarieven niet kunnen doen wat ze willen. Zij zijn aan een strenge regulering van regionale overheden onderhevig en moeten tariefsverhogingen lange tijd van tevoren aanvragen. Bij dat systeem hebben twee partijen voordeel. De regionale overheden zijn verzekerd van elektriciteit, water en gas en daar staat tegenover, dat de nutsbedrijven een gegarandeerde winst mogen maken, waar de aandeelhouders dan weer een mooi dividend uit krijgen.

Regelmatig inkomen
De door de overheid gegarandeerde winst zorgt ervoor, dat nutsbedrijven ware inkomstenmachines zijn voor de aandeelhouders. Zeker omdat nutsbedrijven over het algemeen geen grote groei-aspiraties hebben en hun inkomsten dus aan de aandeelhouders kunnen uitkeren. Sommige nutsbedrijven slagen erin om dat dividend elk jaar te verhogen. Eén van mijn favorieten is Wisconsin Energy (NYSE: WEC), dat een dividendrendement heeft van 3,6%. Dit dividend werd in augustus tussentijds met 12,5% extra verhoogd, omdat de onderneming streeft naar een pay-out ratio van 75%. In februari verwacht ik wederom een dividendverhoging. En die stroom van dividenden zorgt ervoor, dat met name de gepensioneerde beleggers deze aandelen graag in hun portfolio aanhouden.

Maar er is meer mogelijk
Beleggers die echter iets avontuurlijker zijn, kunnen meer rendement uit hun nutsaandelen halen. Natuurlijk geldt ook bij deze aandelen, dat je naar het goede aankoopmoment moet zoeken. Het rendement is daarbij de eerste leidraad. Op dit moment betalen de Amerikaanse nutsbedrijven zo rond de 4%. Om te beoordelen of die 4% hoog of laag is, kun je het dividendrendement vergelijken met het rendement op de 10-jarige bedrijfsobligaties. Dr. David Eifrig heeft daarbij een interessante theorie ontwikkeld. Het verschil tussen de twee rendementen noemt hij de “spread”. Hij vergelijkt de grootte van de spread op dit moment met de gemiddelde spread over het afgelopen jaar. Daarmee kun je gemakkelijker korte termijn sell offs identificeren, wat goede aankoopmomenten zijn. Met deze manier van meten maak je een krachtige indicator. Je kunt kopen als de indicator laag staat (onder de -0,5) en verkopen als de indicator hoog staat (boven de 0,5).

Utilities Index

In de drie maanden na een koopsignaal brengen de nutsbedrijven een gemiddeld rendement van 1,7% tegen een normaal driemaands rendement van 1%. Dat lijkt een klein verschil, maar als je deze methode van kopen en verkopen sinds 1995 had gevolgd op de S&P 500 Utility Index, dan zou je 208% hebben kunnen maken tegen 56% met een kopen en houden strategie. 


Koopsignaal
Zoals ik eerder heb aangegeven, brengen de nutsbedrijven gemiddeld zo’n 4%. Dat is minder dan het gemiddelde in de afgelopen 20 jaar. Maar als we dat afzetten tegen de lage rentes van de Fed en de ECB, dan is het rendement van de nutsbedrijven zelfs hoog te noemen. De indicator staat nu onder de -0,5 en geeft dus een koopsignaal. Dat betekent een koopsignaal voor nutsbedrijven met een hoge kwaliteit zoals Wisconsin Energy.

Omdat Wisconsin Energy zijn dividend regelmatig verhoogt, staat het aandeel ook op de lijst van Alsmaar Meer Dividend Betalers van GroeiDividend. Daar staan nog meer aandelen op, die regelmatig hun dividend verhogen. In totaal 252. Als u geïnteresseerd bent in dit soort aandelen, is een abonnement op GroeiDividend een uitkomst. En voor die paar tientjes hoeft u het echt niet te laten.  

Share this page

Hartelijke groet,

Eric Poelmann