Archief

Jaargang 4, nummer 61, 26 augustus 2015

  

Minder dividend door lage olieprijs?

Eric Poelmann

 
Eigenlijk wilde ik het vandaag met u hebben over de kansen van dividendaandelen nu de beurzen echt dalen. Maar toen ik zaterdag aan de pomp stond en voor diesel 99 cent per liter mocht betalen, besloot ik het toch maar over de ontwikkeling van de prijs van olie te hebben. Even voor de duidelijkheid, die 99 cent per liter was in de buurt van Antwerpen, maar het gaf mij wel een lekker gevoel. Alsof we door een grens gegaan zijn. Ik was in Antwerpen om vrienden van het vliegveld op te halen. En toen ik dat van de 99 cent vertelde, vroeg één van hen hoe dat nou toch kan, dat die prijs van olie maar blijft zakken. Ik zal proberen dat in het kort uit te leggen en tevens vooruit te blikken op wat we de komende tijd kunnen verwachten.

Meer aanbod van olie
Vrijdag zakte de prijs voor een vat Amerikaanse olie naar $39,99. En ik ben ervan overtuigd, dat we ook nog door de grens van $30 per vat gaan. Uiteindelijk is de prijs een gevolg van vraag en aanbod. En hoewel de vraag stijgt, stijgt het aanbod nog sneller. Met een prijsdaling van 60% over de afgelopen 14 maanden zou je mogen verwachten dat de productie van olie zou gaan dalen. Dat is niet het geval. De productie van olie stijgt. De leden van de OPEC produceren meer dan ze onder elkaar hebben afgesproken. Tegelijkertijd produceren de oliemaatschappijen in Amerika ook steeds meer. En de productie in Amerika is nu precies de aanleiding voor het veel te grote aanbod. Die productiestijgingen zijn de reden dat we ervan uit kunnen gaan dat de prijs van olie zich niet snel zal herstellen. De afgelopen jaren is daar alleen al voor zo’n $200 miljard per jaar geïnvesteerd in nieuwe productie. En al die bronnen brengen grote hoeveelheden ruwe olie op de markt.

OPEC verliest grip
Historisch gezien draaide de OPEC de oliekraan wat dicht als er teveel aanbod van olie was. Dat kon omdat de OPEC ongeveer 40% van het olie-aanbod controleerde. Maar al die extra investeringen in Amerika hebben de oliemarkt op zijn kop gezet. OPEC wil zijn marktaandeel behouden en schroeft de productie op om de lagere prijs te compenseren. En de Amerikaanse producenten moeten meer produceren om bij lagere prijzen hun schulden te kunnen blijven aflossen. Die schulden zijn ontstaan bij het boren van nieuwe oliebronnen. Als een bron eenmaal produceert, zijn de meeste kosten betaald. Het is dus zaak om de productie zo hoog mogelijk te houden. De OPEC, en met name Saoedi-Arabië, waren in de veronderstelling dat bij een lage prijs de Amerikanen uit de markt zouden worden gedrukt.  De Saoedi’s hebben daar een grote inschattingsfout gemaakt. De westerse landen zijn in staat de productiekosten van hun goede bronnen behoorlijk te verlagen door nieuwe technieken, waarmee de productie van de bestaande bronnen nog eens flink kan worden opgeschroefd tegen lage kosten.

Herstel niet in zicht
De crash in de olieprijzen heeft de westerse schalieproducenten dus veel minder geraakt dan OPEC had verondersteld. Maar omgekeerd is de grootste producent van de OPEC, Saoedi-Arabië, veel harder getroffen. Dat land heeft een prijs per vat nodig van $106 om zijn begroting rond te krijgen. De centrale bank van dat land heeft voorlopig reserves om het tekort aan inkomsten te kunnen compenseren, maar die nemen snel af. Die reserves zijn nu $672 miljard tegen $737 miljard een jaar geleden. En de afname gaat nu in een vaart van $12 miljard per maand. Over een jaar of vijf is het land op deze manier dus door zijn reserves heen. En wat te denken van de problemen in landen als Algerije, Libië, Nigeria en Venezuela. De OPEC zit dus in een moeilijke positie. Op de lange termijn hebben ze een hogere olieprijs nodig om te overleven, maar nu moeten ze meer produceren om de lage prijs te compenseren. De hogere efficiency van de schalieproducenten betekent een verdere druk op de prijs en dat zal de productie verder omhoog jagen. Daarom hoeven we op korte termijn niet op een herstel te rekenen. Integendeel, de druk op de prijs van olie zal aanhouden en de grens van $30 komt in zicht.

Dividend niet houdbaar
Dat zal de kleinere productiemaatschappijen met hoge schulden uiteindelijk toch in problemen brengen. Als dividendbelegger hebt u bij die kleine maatschappijen op dit moment dus niet veel te zoeken. Dat is anders bij de grote vijf (Exxon Mobile, Chevron, BP, Shell en Total). Tussen 2010 en 2014 hebben zij een omzet gerealiseerd van ongeveer $8000 miljard. Dat is te vergelijken met de economische output van Duitsland en Japan samen vorig jaar. Tegelijkertijd hebben zij in de weelde van de hoge olieprijzen enorme bedragen uitgegeven aan dividend, inkoop van eigen aandelen, overnames en nieuwe investeringen. Nu zijn ze gedwongen die uitgaven te reduceren. Dat is inmiddels met zo’n 4% gebeurd. Maar nu de olieprijs voor langere tijd zo laag gaat zijn, zal er veel meer gesneden moeten worden. Het dividend komt daarbij als laatste aan de beurt. Maar bij een lage olieprijs op lange termijn moet negatieve invloed op het dividend niet worden uitgesloten

 

Share this page

Hartelijke groet,

Eric Poelmann